Rijnlandgeschiedenis.nl gebruikt cookies om bezoek te meten en om het voor bezoekers mogelijk te maken informatie op deze website te delen via social media. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord.

Accepteer cookies
Menu
Rijnlandse Geschiedenis streeft naar meer historische samenhang en kennisuitwisseling in de regio.

Nieuws

Oudste resten van vroegmiddeleeuwse stad gevonden bij opgraving 

21 jul 2026 - Archeologen hebben naar eigen zeggen in de grond onder de Breestraat de oudste resten van Leiden gevonden. Het zijn bijna veertig houten palen, waarvan een flink deel uit de periode tussen 650 en 900 na Christus komt. 'De vondsten zijn spectaculair en veranderen het bestaande beeld van de oudste bewoning van Leiden', meldt Erfgoed Leiden en Omstreken. De palen werden gevonden bij opgravingen die werden gedaan bij de bouw van een fietsenkelder onder de Albert Heijn in de Breestraat. 'Ze vormen een duidelijke aanwijzing dat mensen in de vroege middeleeuwen ook op de zuidelijke oever van de Rijn woonden', stelt Erfgoed Leiden en Omstreken. 'Waarschijnlijk gebeurde dat tijdelijk. De opgraving laat namelijk ook zien dat het oudste bewoningsniveau uiteindelijk overstroomde. Van een doorlopende bewoning tot de aanleg van de Breestraat en de snelle stadsontwikkeling in de twaalfde eeuw was dus geen sprake.' De oudste resten van bebouwing die tot nu toe in Leiden zijn gevonden, zijn houten palen die uit het jaar 1000 stammen. De stad wordt in oude bronnen mogelijk voor het eerst genoemd rond het jaar 850. Het gaat dan om drie nederzettingen met de naam Leython. Vrij vertaald: 'aan de wateren'. Erfgoed Leiden en Omstreken: 'Historici vermoeden al langer dat de genoemde Leythons bij het huidige Leiden lagen. Eerdere opgravingen leverden wel aanwijzingen voor bewoning vanaf ongeveer het jaar 1000 op, maar overtuigend archeologisch bewijs voor het vroegste Leiden ontbrak tot de recente vondsten in de Breestraat.' De archeologen spreken van 'nieuwe aanknopingspunten in de verdere zoektocht naar het ontstaan van de stad'. Bron: TV West 18 juli 2026

Agenda eendaags

Geen eendaagse items in de agenda.

Agenda meerdaags

Geen meerdaagse items in de agenda.

Artikelen

Het 'Olga'-gebouw en de regionale kalkzandsteenindustrie

5 sep 2023 - Het Leidse 'Olga'-complex, een bedrijfsverzamelgebouw, is eigenlijk een kalkzandsteenfabriek uit 1913-1914. Het is de tweede in deze regio. De eerste was de Arnout in Hillegom, uit 1904. Verbindend figuur is Ing. Dr. J.A. van Herwaarden. Als jongeling begon hij bij de Arnout. In 1919 werd hij directeur van de Leidse kalkzandsteenfabriek. Vervolgens zette hij in 1924 in Katwijk een nieuwe fabriek op. Na de Tweede Wereldoorlog nam hij het Hillegomse bedrijf over. Van Herwaardens bedrijf werd de grootste kalkzandsteenindustrie ter wereld. De Leidse onderneming was daar niet tegen opgewassen en sloot. Later werd ook de Katwijkse fabriek afgestoten. Die in Hillegom werd stevig gemoderniseerd en functioneert nog steeds, als onderdeel van een multinational. Van de oorspronkelijke fabriek is weinig over. De oprichting van de Leidse kalkzandsteenfabriek past binnen de geschiedenis van de Rijn als industriële zone. De opkomst van de Arnout is verbonden met de ontwikkeling van de bollencultuur: de afgegraven gronden waren daar uitstekend voor geschikt. Later ging men dieper zand opzuigen. Daardoor ontstonden in de regio diverse (recreatie-)plassen. Het Leidse fabrieksgebouw bood vanaf 1950 onderdak aan andere bedrijven: Smit Rontgen en de Olga-matrassenfabriek. Hun verhaal illustreert hoe Leiden haar industrie verloor. In 1982-1983 werd het een bedrijfsverzamelgebouw voor startende ondernemers, een 'broedplaats', waarschijnlijk de eerste van Nederland. Een bijzondere rol dus voor het gebouw dat de laatste herkenbare herinnering is aan het begin van de regionale kalkzandsteenindustrie.

Rijnland onbegrensd: watergrenzen en kennisgrenzen

25 mei 2023 - In 1202 sloten de bisschop van Utrecht en de graaf van Holland een verdrag dat een waterstaatkundig grensconflict regelde. Een dam in de Rijn bij Zwammerdam werd verwijderd en er kwamen drie weteringen om het overvloedig uit Utrecht afkomstige Rijnwater af te voeren. Bemiddelaar was de hertog van Brabant, die indertijd ook in Holland zijn macht ligt gelden. Hij had niet alleen waterstaatkundige, maar ook handels- en politieke belangen bij deze oplossing. Met dit verdrag als vertrekpunt beschrijft Petra van Dam de rol die grenzen spelen bij het waterbeheer. Het gaat om een inleiding bij een themanummer van het Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis uit 2003. Van Dam gebruikt daarvoor de geschiedenis van het Hoogheemraadschap Rijnland, van de middeleeuwen tot de huidige tijd. Ze maakt duidelijk dat niet alleen de natuurlijke grenzen - de landscheidingen - van groot belang zijn, maar ook de politiek-bestuurlijke. De problemen rond Zwammerdam en Woerden waren extra moeilijk doordat deze staatkundige grenzen overschreden. Binnen Holland was doorgaans een oplossing makkelijker te vinden. Ze beschrijft onder meer de relatie met Delfland. Om het water effectief te beheren, is kennis nodig, en ook daaraan zitten grenzen. Zij beschrijft hoe Rijnland bezig is geweest zich die nodige kennis eigen te maken. En met veel succes, bleek bijvoorbeeld bij de drooglegging van de Haarlemmermeer. Het verdrag van 1202 was een mijlpaal in de ontwikkeling naar een hoogheemraadschap. De geschiedenis van het Rijnlandse waterbeheer begint natuurlijk eerder, bij de ontginningen. Sindsdien moesten bewoners samenwerken om het water te beheersen. Maar hoe die samenwerking er precies uitzag, is (en blijft?) onduidelijk. Ook de geschiedwetenschap heeft haar grenzen.