Rijnland onbegrensd: watergrenzen en kennisgrenzen

In 1202 sloten de bisschop van Utrecht en de graaf van Holland een verdrag dat een waterstaatkundig grensconflict regelde. Een dam in de Rijn bij Zwammerdam werd verwijderd en er kwamen drie weteringen om het overvloedig uit Utrecht afkomstige Rijnwater af te voeren. Bemiddelaar was de hertog van Brabant, die indertijd ook in Holland zijn macht ligt gelden. Hij had niet alleen waterstaatkundige, maar ook handels- en politieke belangen bij deze oplossing. Met dit verdrag als vertrekpunt beschrijft Petra van Dam de rol die grenzen spelen bij het waterbeheer. Het gaat om een inleiding bij een themanummer van het Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis uit 2003. Van Dam gebruikt daarvoor de geschiedenis van het Hoogheemraadschap Rijnland, van de middeleeuwen tot de huidige tijd. Ze maakt duidelijk dat niet alleen de natuurlijke grenzen - de landscheidingen - van groot belang zijn, maar ook de politiek-bestuurlijke. De problemen rond Zwammerdam en Woerden waren extra moeilijk doordat deze staatkundige grenzen overschreden. Binnen Holland was doorgaans een oplossing makkelijker te vinden. Ze beschrijft onder meer de relatie met Delfland. Om het water effectief te beheren, is kennis nodig, en ook daaraan zitten grenzen. Zij beschrijft hoe Rijnland bezig is geweest zich die nodige kennis eigen te maken. En met veel succes, bleek bijvoorbeeld bij de drooglegging van de Haarlemmermeer. Het verdrag van 1202 was een mijlpaal in de ontwikkeling naar een hoogheemraadschap. De geschiedenis van het Rijnlandse waterbeheer begint natuurlijk eerder, bij de ontginningen. Sindsdien moesten bewoners samenwerken om het water te beheersen. Maar hoe die samenwerking er precies uitzag, is (en blijft?) onduidelijk. Ook de geschiedwetenschap heeft haar grenzen.


Vereniging: Stichting Historische Publicaties Holland-Rijnland
Auteur: Petra J.E.M van Dam
Oorspronkelijke publicatie: Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 12 (2003), webversie 2006

Hoe stedelijk huisvuil naar Nieuwkoop komt

In 1926 verschijnt er een rapport vanuit de rijksoverheid over de manieren waarop grote steden van hun alsmaar groeiende hoeveelheid huisvuil af kunnen komen. Hierin staat dat verspreiding van afval over land of storting in oppervlaktewater geen noemenswaardige hinder voor de omgeving veroorzaakt. Landelijk gezien komt de provincie Drenthe hiervoor het meest in aanmerking, maar ook Nieuwkoop wordt met name genoemd. De gemeente Leiden doet in 1930 een aanbesteding voor het dumpen van hun huishoudelijk afval en 'gunt' dit vervolgens aan Nieuwkoop. Dit heeft nogal wat protest tot gevolg van met name de zoetwatervissers in het plassengebied. Onderzoek toont echter aan dat de visstand er nauwelijks nadelige gevolgen van heeft gehad. De stort heeft tot ca. 1960 geduurd, waarna het accent weer helemaal komt te liggen op de recreatieve sector.


Vereniging: Stichting Historisch Genootschap Nieuwkoop en Omstreken
Auteur: Etienne Stekelenburg
Oorspronkelijke publicatie: Rondom Niewecoop, nr. 4 december 2022.

De Zuiderhem aan een gevaar ontsnapt

In april 1930 bericht de Nieuwe Leidsche Courant dat de gemeente Haarlem tussen Rijnsaterwoude en Woubrugge een deel van het rietland en bijbehorend water De Zuiderhem wil kopen. Dit veroorzaakt veel tumult, en niet alleen onder de vissers. Ook diverse nationale (watersport)bonden, de ANWB en Natuurmonumenten klimmen in de pen. Er wordt zelfs gesproken van 'een nationale ramp'. Een boottocht met aan boord o.a. de burgemeesters van beide plaatsen, een week later gevolgd door een hoorzitting, verhindert echter niet dat de provincie Zuid-Holland toch een Hinderwetvergunning aanvraagt. Maar daar gaat zoveel tijd mee heen dat Haarlem afziet van haar plannen voor dumping in de Zuiderhem en elders een stortplaats vindt.


Vereniging: Oude Wetering, Stichting Oud Alkemade
Auteur: Geert-Jan van Beek
Oorspronkelijke publicatie: Alkmadders nr. 158, juni 2022

Over de strijdbare Gerard van der Laan

Gerard van der Laan werd in 1552 geboren te Leiden en studeerde later in Leuven. Tijdens het beleg van Leiden in 1574 voerde hij op 22-jarige leeftijd bevel over een leger vijfhonderd Engelsen en een aantal vrijbuiters tegen de Spaanse troepen van legerleider Valdez bij Alphen en Gouda. Na zijn huwelijk twee jaar later vestigde hij zich in Haarlem, werd in 1588 als schepen aangesteld en later benoemd tot een van de vier burgemeesters van die stad. Tijdens het Twaalfjarig Bestand braken twisten uit tussen remonstranten en contraremonstranten. Van der Laan c.s. behoorden tot de eerste groep. De contraremonstranten wilden namelijk ook een plek in het stadsbestuur, maar de remonstrantse regenten waren daar tegen en verlangden inspraak bij het benoemen van predikanten. Een lastercampagne tegen Van der Laan volgde met daarin zware beschuldigingen van o.m. overspel. Hoewel Van der Laan later vrijgesproken werd van alle beschuldigingen, was dat wel de opmaat tot het einde van zijn carriere en werd hij in 1618 ontslagen. Hij trekt zich terug op de familiehofstede Ter Specke in Lisse waar hij in 1635 overlijdt. In de Grote Kerk op het Vierkant ligt zijn van het familiewapen voorziene grafsteen.


Vereniging: Lisse, Cultuur-Historische Vereniging "Oud Lisse"
Auteur: Ria Grimbergen
Oorspronkelijke publicatie: VOL nieuwsbrief nr. 4–2022

Brongas

In de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam Liesbeth Brouwer voor het eerst in aanmerking met brongas toen zij een boerderij bezocht in de omgeving van Alphen waar kaas gemaakt werd. Daar stonden alle pitten van het fornuis te branden, niet alleen om op te koken, maar ook om voor wat verwarming te zorgen. De problematiek rond het beëindigen van het gas uit Rusland was voor haar aanleiding om zich nog eens te verdiepen in het brongas, hoe het ontstaat en wat er allemaal aan te pas kwam voordat het ook daadwerkelijk gebruikt kon worden. Om meer te weten te komen over de praktijk ging zij op bezoek bij Johan Duivenvoorden die in de Poelpolder opgroeide en veel weet over het aanboren en gebruik van brongas.


Vereniging: Lisse, Cultuur-Historische Vereniging "Oud Lisse"
Auteur: Liesbeth Brouwer
Oorspronkelijke publicatie: VOL Nieuws, nr. 44-2022.

Een vergeten stukje Rosenburg

Mark Ruis beschrijft hoe een gevelsteen uit Voorschoten uiteindelijk in een bescheiden hoekje van de binnentuin van het Heerenhuis aan de Katwijkse Overrijn terecht is gekomen. De in het Latijn geschreven gevelsteen uit 1722, verwijst naar Jan Gerard, Baron van Wassenaar, die in 1707 eigenaar van de toenmalige buitenplaats Rosenburg in Voorschoten was geworden. Ruis vertelt in het kort over de geschiedenis van het voormalige kasteel Rosenburg, de verwoesting, het verval en de herbouw tot een waar woonpaleis. Hij besluit met de reis van de gevelsteen naar de laatste bestemming in Katwijk.


Vereniging: Katwijk, Genootschap Oud Katwijk
Auteur: Mark Ruis
Oorspronkelijke publicatie: Oud Katwijk, november 2022, nummer77

Het Haagsche Schouw

Het Haagsche Schouw is een brug (met een hotel ernaast) over de Rijn in Leiden. Vroeger verbond hier een veer (een 'schouw') de ambachten Oegstgeest en Voorschoten. Meer dan dat: het was eeuwenlang een belangrijke schakel in de verbinding tussen Den Haag en Haarlem. Frits van Ooststroom schetst de geschiedenis van Het Haagsche Schouw. Hij gaat terug tot de dertiende eeuw, toen Doede van Voorhout het veer- en tolrecht over de Rijn bezat. Via overerving kwam dat recht in handen van de familie Van Wassenaer van Duivenvoorde. Die bleef tot 1857 eigenaar en inde daarmee ook de rechten om hier de Rijn over te steken. Het Haagsche Schouw was overigens ook bekend vanwege de harddraverijen bij de uitspanning, de voorloper van het hotel. Al in 1628 werd geopperd hier een brug te maken. Pas in de Bataafse Tijd werd de knoop doorgehakt: in 1802 werd de eerste brug geopend. In 1915 kocht de staat brug en tolrecht. Die wilde een brede en sterkere brug aanleggen, voor de tramlijn van Leiden naar Den Haag. Het duurde nog een jaar of tien voordat die er kwam. Tijdens de meidagen van 1940 is hier nog behoorlijk gevochten, vandaar het oorlogsmonument bij de brug. De huidige brug dateert van 1995.


Vereniging: Oegstgeest, Historische Vereniging Oegstgeest
Auteur: Frits van Ooststroom
Oorspronkelijke publicatie: Over Oegstgeest, mei 2022

Een moedig boeren legertje uit Nieuwkoop

Bram Poot beschrijft de achtergronden van de oorlog van 1672, in de geschiedschrijving bekend als het 'Rampjaar' en de paniek die ontstond toen Franse legers in eerste instantie in snel tempo optrokken om uiteindelijk Holland binnen te trekken. Daarna stokte de voortgang van de inval. In juni van dat jaar werd de (oude) Hollandse waterlinie in werking gesteld en werden versterkingen opgeworpen, onder meer in Woerdense Verlaat. In december 1672 wilden de Fransen met een offensief hun doel alsnog bereiken. Poot beschrijft hoe deze kleinschalige lokale tegenstand, uitgevoerd met de moed der wanhoop, samenviel met veranderingen in de weersomstandigheden waardoor de Fransen hun doel uiteindelijk niet bereikten.


Vereniging: Stichting Historisch Genootschap Nieuwkoop en Omstreken
Auteur: A.J.W. (Bram) Poot
Oorspronkelijke publicatie: in 'Rondom Niewecoop' (2022)

Maquettes: Opgravingsgegevens vanaf het platte vlak omhoogtrekken.

Leendert van der Ent beschrijft in dit artikel het proces van de totstandkoming van de eerste van vier geplande maquettes over Romeins Valkenburg. Aan het maken van de maquette is veel onderzoek vooraf gegaan. Ook was er discussie over de schaalgrootte waaraan de maquette moest voldoen om recht te doen aan de zichtbaarheid van de details. Uiteindelijk zijn de makers er in geslaagd een zo goed als waarheidsgetrouwe maquette te maken van een crematiestoet naar een brandstapel.


Vereniging: Valkenburg, Vereniging Oud Valkenburg
Auteur: Leendert van der Ent
Oorspronkelijke publicatie: 2022

Schippers uit De Kaag op Rijn, Waal en Maas. Een bijdrage tot de geschiedenis van de rivierhandel tijdens de Republiek.

Het artikel beschrijft en analyseert de rivierhandel door schippers uit De Kaag van het eind van de zestiende tot het begin van de achttiende eeuw. De kaagschippers vormden de grootste groep binnenvaartschippers richting het oosten (Nijmegen) en het zuiden van de Republiek (Roermond), niet louter vervoerders, maar handelaren in Rijnlandse producten (tuinbouw, visserij), die op de terugweg nieuwe handel meenamen. Het hoogtepunt van deze Kaagse rivierhandel lag in het midden van de zeventiende eeuw.


Vereniging: Historische Vereniging Oud Leiden
Auteur: W.F. Leemans
Oorspronkelijke publicatie: Leidsch Jaarboekje 1983, p. 252-278.

De Morgenboeken van Rijnland. Drie eeuwen ongeregeldheid.

Het artikel beschrijft de zogeheten morgenboeken van Rijnland, waarin de omvang (in morgens), eigenaren en pachters van alle grond in Rijnland zouden moeten worden geregistreerd. Het gaat vooral in op de basis ervan, een nieuwe inmeting waartoe het Hoogheemraadschap in 1540 besloot. Het aantal morgen was namelijk de basis van de betaling van het morgengeld, dat de ambachten moesten afdragen om de gezamenlijke kosten van Rijnland te bekostigen. Die kosten stegen, terwijl over veel grond geen financiële bijdrage werd geleverd. De nieuwe inmeting en daarop gebaseerde omslag leidde tot grote conflicten tussen het Hoogheemraadschap en veel ambachten. Een gerechtelijke uitspraak was uiteindelijk de basis voor een akkoord uit 1550-1553, dat uiteindelijk tot 1845 zou blijven gelden. Het artikel beschrijft vooral de achtergronden van de inmeting en de conflicten eind zestiende eeuw. Niet dat alles later naar behoren ging, maar onlangs enige beperkingen zijn de morgenboeken een belangrijke bron voor historisch onderzoek.


Vereniging: Historische Vereniging Oud Leiden
Auteur: M.H.V. van Amstel Horàk
Oorspronkelijke publicatie: Leidsch Jaarboekje 1985, p. 150-178.

Warmond en 'de grootste stoommachine ter wereld', deel 1

In het eerste artikel komen de grote stormen van 1836 aan bod en de schade die zij aanrichten in de polders van o.a. Warmond, maar ook in aangrenzende gemeentes. Doorgebroken dijken, ondergelopen polders, hoge kosten. Deze stormen en de schade geven uiteindelijk de doorslag tot de droogmaking. Al twee eeuwen werd daarover gesteggeld, want de machtige speler Leiden was tegen. Maar in 1839 neemt Willem I de beslissing.


Vereniging: Warmond, Historisch Genootschap Warmelda
Auteur: Marion van Leeuwen
Oorspronkelijke publicatie: De Hekkensluiter (Warmond), jaargang 16 (2019) nr. 2, 17 (2020) nr. 2 en 18 (2021) nr. 2.

Warmond en 'de grootste stoommachine ter wereld', deel 2

In het tweede artikel wordt het werk beschreven dat, zonder dat er al een keus was gemaakt voor wind- of stoomkracht, aan de feitelijke drooglegging voorafging. In 1840 beginnen de werkzaamheden aan het Oegstgeesterkanaal, Ringvaart en Ringdijk. Honderden polderwerkers komen van heinde en ver. Veel interessante details over hun leven passeren de revue. Willem I heeft een duidelijke voorkeur voor stroom en dat wordt het ook.


Vereniging: Warmond, Historisch Genootschap Warmelda
Auteur: Marion van Leeuwen
Oorspronkelijke publicatie: De Hekkensluiter (Warmond), jaargang 16 (2019) nr. 2, 17 (2020) nr. 2 en 18 (2021) nr. 2.

Warmond en 'de grootste stoommachine ter wereld', deel 3

Het derde en laatste deel van de serie gaat over de bouw van het eerste en tevens proef- gemaal, De Leeghwater, dat op Warmonds grondgebied ligt. De benodigde kennis en een groot deel van de materialen komen uit Engeland, dat ons in stoomkracht ver vooruit is. Ook in dit artikel aandacht voor de mensen die het werk klaarden. In 1845 volgt de eerste proefbemaling onder grote publieke belangstelling. Het gemaal wordt pas in 1848 echt in werking gesteld, want eerst moesten waterwegen en dijken aangelegd zijn. In 1849 komen de stoomgemalen De Cruquius en De Lijnden erbij en dan kan de echte droogmaking beginnen. Lees meer over de droogmaking van het Haarlemmermeer in het artikel 'Gevers van Endegeest, de droogmaker van het Haarlemmermeer'. Scrol voor dit artikel naar onder.


Vereniging: Warmond, Historisch Genootschap Warmelda
Auteur: Marion van Leeuwen
Oorspronkelijke publicatie: De Hekkensluiter (Warmond), jaargang 16 (2019) nr. 2, 17 (2020) nr. 2 en 18 (2021) nr. 2.

Warmond en de grootste stoommachine ter wereld (deel 4)

Na de voltooiing in 1845 geniet het gemaal grote belangstelling, zowel uit het buitenland als vanuit het koningshuis. Maar ook het 'gewone' publiek komt kijken naar het kunstwerk, wat een paar keer geleid heeft tot noodlottige ongelukken. Het gemaal dient als voorbeeld voor de andere twee gemalen, de Lijnden en de Cruquius, waarmee in 1846 wordt begonnen. Als de openingen in de ringdijk gedicht zijn en de dammen die toegang gaven tot de dijk afgegraven, is er geen toegang over land naar de dijk meer mogelijk. Er worden pontjes ingezet en een jaagpad aangelegd voor de scheepvaart. Voor het personeel en de directie worden dienstwoningen gebouwd. Als het meer droogvalt in 1852 wordt een nieuwe gemeente gevormd: Haarlemmermeer, maar over de precieze grenzen daarvan wordt met de aanliggende gemeenten nog pittig van gedachten gewisseld. Het artikel sluit af met een overzicht van de 'Leeghwaterkinderen' die geboren zijn in de tijd dat hun ouders in de Leeghwaterbuurt woonden en die in de gemeente Warmond werden aangegeven.


Vereniging: Warmond, Historisch Genootschap Warmelda
Auteur: Marion van Leeuwen
Oorspronkelijke publicatie: De Hekkensluiter 38, jaargang 19 (2022), nr. 2.

Volgende