Rijnlandgeschiedenis.nl gebruikt cookies om bezoek te meten en om het voor bezoekers mogelijk te maken informatie op deze website te delen via social media. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord.

Accepteer cookies
donderdag 7 november 2019

Leiden, Historische Vereniging Oud Leiden

P.J. Bloklezing: Rembrandt van Rijn, gesjeesde student, door Onno Blom

Lang is aangenomen dat Rembrandt Harmenszoon van Rijn, hoewel hij zich in 1620 aanmeldde als letterenstudent aan de Leidse universiteit, niet werkelijk heeft gestudeerd. Hij zou zich hebben aangemeld vanwege de voordelen die de inschrijving met zich meebracht: studenten hoefden geen belasting te betalen op wijn en bier en niet te dienen in de schutterij. Rembrandt stond te boek als de beroemdste gesjeesde student uit de geschiedenis.
Als dat werkelijk waar was geweest, stelde dat de kunsthistorici voor een raadsel: hoe was het mogelijk dat Rembrandt als schilder dan zó erudiet en vernuftig was? Waar had hij zijn kennis dan opgedaan? Onlangs werd aan de Leidse academie een herinschrijving van ?Rembrandus Hermanni? uit 1622 aangetroffen, die aannemelijk maakt dat de Leidse molenaarszoon langer op de academie verbleef en wel degelijk college liep.

De invloed van de universiteit - de eerste universiteit van de Republiek in opbouw, als bekroning voor de moed en trouw en het doorzettingsvermogen van de Leidse bevolking tijdens het beleg van de Spanjaarden in 1574 - op de jonge Rembrandt kan moeilijk worden overschat. Hij werd geboren en groeide op in een stad die dagelijks zijn intelligentie uitdaagde en zijn verbeelding prikkelde.

Geleerdheid, de wil om te ontdekken en lust om te experimenteren werden in Leiden gevoed. Veel van wat leven en werk van Rembrandt zou bepalen, vond zijn oorsprong in de academiestad. In de verhalen die hij op zijn schilderijen in verf vertelde, toonde hij zich van meet af aan een echte intellectueel. Het zijn de verhalen uit de mythologie, die hij vanwege zijn opleiding aan de Latijnse school en de academie uitentreuren in het origineel heeft moeten bestuderen, net als die uit de Bijbel.
Maar ook voor de verzameldrift van Rembrandt - uit de inventarislijst van zijn bezit uit 1656 blijkt dat hij over een rijk gevulde ?konstcaemer? beschikte - werd de kiem gezaaid in Leiden. In het ambulacrum bij de hortus botanicus werd een schitterende verzameling naturalia uit de hele wereld aangelegd. En aan de overkant van het Rapenburg, in de kapel van het Faliede Bagijnhof, richtte de universiteit het eerste anatomische theater op.
Rembrandt moet er ooit, als student of als leerling in de schilderwerkplaats van meester Jacob van Swanenburg of als nieuwsgierige Leidenaar bij zijn geweest toen de praelector, de voorlezer van de chirurgijnen, zijn mes zette in het lijk op de snijtafel. Exact dat was in 1632 het onderwerp van het schilderij dat Rembrandts doorbraak betekende naar het grote publiek: De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp.

Zo Rembrandt iets was, was hij een Leidenaar.

Onno Blom (1969), schrijver, literair criticus en columnist voor de Volkskrant en Nieuwsweekend op radio 1, promoveerde in 2017 in Leiden op ?Het litteken van de dood?, de biografie van beeldhouwer-schilder-schrijver Jan Wolkers. In de eerste week van september verschijnt zijn biografie van ?De jonge Rembrandt?.

Link: P.J. Bloklezing: Rembrandt van Rijn, gesjeesde student, door Onno Blom