Rijnlandgeschiedenis.nl gebruikt cookies om bezoek te meten en om het voor bezoekers mogelijk te maken informatie op deze website te delen via social media. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord.

Accepteer cookies
zaterdag 2 november 2019

Leiden, Historische Vereniging Oud Leiden

145 jaar Museum De Lakenhal (1874-2019). Van Leidens ontzet tot Rembrandt

In haar lezing schetst conservator geschiedenis van de Lakenhal Jori Zijlmans de geschiedenis van het museum.

Het oudste collectiedeel waaruit Museum De Lakenhal is voortgekomen, bevond zich in het stadhuis. Deze is vanaf Leidens Ontzet in 1574 bewust door het stadsbestuur aangelegd. In de loop van de tweede helft van de 19de eeuw ontstaat in navolging van andere steden op initiatief van enkele notabelen de wens om een museum ?voor de stedelijke oudheidkunde? op te richten. Op 1 mei 1874, het jaar waarin het 300-jarig jubileum van Leidens Ontzet wordt gevierd, gaat de Lakenhal open voor het publiek.

In de loop van de jaren tachtig van de 19de eeuw wordt de artistieke kwaliteit van de getoonde objecten en kunstwerken almaar belangrijker. Deze (inter)nationale tendens is zichtbaar in de presentatie. De historische keurhal wordt niet langer geschikt geacht als gebouw om kunstwerken van hoge kwaliteit tentoon te stellen. Met steun van een particuliere gift wordt onder directeur Willem Pleyte in 1890 een speciale kunstzaal met bovenlicht gebouwd. Dertig jaar later verdubbelt de vaste expositieruimte door de bouw van de Papevleugel die speciaal voor objecten van kunst en kunstnijverheid is bedoeld. Directeur Overvoorde kiest ervoor om de monumentale 17de-eeuwse Laecken-Halle, die op zich al een stuk Leidse geschiedenis is, voortaan te gebruiken voor het tonen van stadshistorische objecten.

Al binnen twintig jaar wordt het museumensemble opnieuw als te krap ervaren. De eerste plannen voor uitbreiding met ?eenige nieuwe expositiezalen? dateren van 1939, maar de realisatie laat tachtig jaar op zich wachten. Met de komst van Meta Knol in 2009 en het project Werk in Uitvoering start een museaal veranderingsproces. Voor het eerst in de geschiedenis koopt de stad in 2012 een schilderij van Rembrandt aan en vijf jaar later volgt de aankoop van Contra-Compositie VII van Theo van Doesburg. In januari 2017 begint de zo lang gewenste restauratie en nieuwbouw en sinds juni 2019 is het museum weer open. Op de dag van de dieslezing, zaterdag 2 november, start de tentoonstelling De jonge Rembrandt in de nieuw gebouwde tentoonstellingszalen.

Dr. Jori Zijlmans is sinds 2004 conservator geschiedenis in Museum De Lakenhal. Daarvoor was zij conservator in het Haags Historisch Museum / Museum de Gevangenpoort en wetenschappelijk projectmedewerker bij de Nederlandse Organisatie van Wetenschappelijk Onderzoek. In 1999 promoveerde zij aan de Vrije Universiteit Amsterdam op het proefschrift ?Vriendenkringen in de zeventiende eeuw. Verenigingsvormen van het informele culturele leven?.

Link: 145 jaar Museum De Lakenhal (1874-2019). Van Leidens ontzet tot Rembrandt